Groeten uit Denemarken

Door Rudi Westendorp op 30 januari 2015 gepubliceerd op grijswaard.nl

In mijn jeugd stuurden wij briefkaarten vanuit de plaats waar wij vakantie vierden. Een goed ‘ansicht’ was een foto die de anderen hebberig zou moeten maken. ‘Kijk eens hoe fantastisch het hier is, komen jullie volgend jaar ook?’ Welke snapshot zou ik van Kopenhagen moeten versturen, de stad waar ik sinds het begin van dit jaar mijn domicilie heb?

Attachment-1Laat ik eerst een disclaimer opstellen waarin de zaken staan opgesomd op basis waarvan de lezer al mijn observaties direct naar de trash-button kan verslepen. Het zijn tenslotte mijn wittebroodsweken, nog verblind omdat de collega’s mij met enthousiasme hebben ontvangen. Daarnaast ben ik verdoofd omdat het verplaatsen van werk, woonplaats, echtgenote en huisraad een inspannende psycho-socio-technische operatie is.

Ten slotte ben ik onnozel omdat ik nog maar zo weinig heb kunnen zien. ‘Maar kan je toch wel een voorstelling geven hoe de Deen zich in de openbare ruimte gedraagt?’ Ik zou dan zeggen, een beetje stilletjes. Een rustig straatbeeld, ook in het hartje van Kopenhagen. Er zijn gewoonweg veel minder auto’s in de stad. Zo’n bolide is duur, heel duur in dit rijke land. Ze jagen je de auto uit, de fiets op.  Heel veel fietsen, nog meer dan in Amsterdam of Leiden.

En ook lopers in alle soorten en maten. Veel kinderen, groepjes jonge vaders met kinderwagens, slanke joggers en deftige dames met bontjassen. Maar ook rokende, drinkende, smoezelige mannen. Vrouwen van middelbare leeftijd die met een aansteker in de hand ongegeneerd de een na de ander sigaret opsteken.

Wanneer ik naar huis ga, de fiets opstap en onder de poort door rijd, dan stoppen de mensen op straat. Ze maken ruimte en nodigen mij non-verbaal uit om in de file te ritsen. Hoe anders dan dat ik mijn dochters had geleerd: ‘Wanneer je eenmaal hebt besloten om over te steken, dan kijk je iedereen in de ogen aan met een nu-ben-ik-de-baas-blik.’

Fietsers in Denemarken steken hun rechterhand omhoog wanneer zij vaart gaan minderen om aan de rechter zijkant van de weg stil te staan. Het is de voorbereidende manoeuvre om linksaf te slaan. Je stopt voor een rood  en een oranje stoplicht. Er wordt gezegd dat dronken mannen ‘s nachts om drie uur voor de zebra wachten op het groen. Alles in rust en zonder stemverheffing.

Ook de arbo-functionaris benadrukte dat ik niet te lang moest werken en stress moest vermijden. Ik moest mij conformeren aan het ritme van 8 tot 4, tenslotte wordt het dan ook donker. Hoe zich dit alles vertaald in leven? Denen zijn, net als de Nederlanders middenmoters in het veld van de levensverwachting. In de parade van de kwaliteit van leven staan zij met een 8,5 aan top. Met de allerhartelijkste groeten!

http://www.grijswaard.nl/tag/overzicht-van-alle-columns/

 

Joris Driepinter

Altijd gedacht dat Joris Driepinter een Hollands knaapje was. Blijkt hij getekend te zijn door een Deense ontwerper. De avonturen van het ventje komen uit de pen van Dimitri Frenkel Frank en Paul Mertz, en zijn stoer en sterk. Zo kan Joris, dankzij het drinken van drie pinten melk per dag zelfs een olifant, of –voor de roeiers onder ons- een VIER op tillen.

images-1jorisdriepinter

Wij geloofden er in en dronken drie glazen melk per dag. Achter de reclame zat de melkmaffia die ons door die enorme Hollandse melkplas heen liet drinken. En of al die melk wel zo gezond was, wordt nu ook in twijfel getrokken. In elk geval was ik licht verbaasd toen ik midden in Kopenhagen een lichtreclame aantrof voor het drinken van de dagelijkse portie melk. Ook die Denen kunnen er wat van, geen drie pinten, maar een halve liter per dag.

IMG_2332 kopie_new

Twee dagen geleden liep ik in een van de zijstraten van de Østerbrogade en meende op een hoog en slank gebouw een graffiti te ontwaren waarvan ik uit de verte dacht dat er – Wie drinkt er melk – stond. Mijn aandacht was getrokken, daar moest ik heen. Wie zou er zo moedig – misschien is driest een beter woord – om HVA DRIKKER MØLR boven onder de dakrand te spuiten/ te rollen. De weg naar wat een graansilo bleek te zijn werd versperd door de spoorlijn en de bouw van een nieuw metrostation. Van de ene bouwput belandde ik in de andere. De silo stond tussen torenkranen en cementmolens aan een havenarm.

IMG_2194 kopie_newIMG_2196 kopie_new

Dit oude havengebied is de planologische uitdaging van Kopenhagen. Deze noordkant van de stad moet de komende decennia aan 400.000 mensen woonruimte en aan evenveel werk gaan bieden. Aan de ambitie van de stad om in 2025 CO2 neutraal te zijn en oesters uit de haven te kunnen eten, verandert dit plan niks. Het is een plan met veel eco, blauw en groen. De havenactiviteiten, die er ook nog zijn, de cruiseschepen leggen hier aan, worden verplaatst naar een nieuwe kade aan een aan te leggen polder. Er blijft een containerterminal en de banden met de haven van het Zweedse Malmø worden aangetrokken. Naast deze industriële bedrijvigheid is er in de plannen veel ruimte voor wonen, winkels en voor scholen, sport en spelen. De silo HVA DRIKKER MØLR (handtekening van de kunstenaar) is een landmark in dit geheel en wordt verbouwd tot 40 luxe appartementen. Verderop zijn al twee tot kantoren verbouwde betonsilo’s in gebruik en een haveninham verder is een fantastisch stervormig gebouw neer gezet. Ook de watersport wordt niet vergeten, overal zijn jachthavens en de kano- en de drie roeiverenigingen die al lang van de haven gebruikmaken, krijgen een nieuwe plek in de plannen.

Carmina Burana en het eerste sneeuwklokje

Vrijdagavond fietsend naar de Danshallerne, aan de andere kant van de stad, voor de Carmina Burana van Det Danske Danseteater. De route is simpel, met veel stoplichten. Denen stoppen voor elk oranje/rood stoplicht en staan blijmoedig te wachten. We proberen uit alle macht dat gevoel toe te laten, maar het blijft toch ‘gelaten’ wachten op de kruispunten. Het theater is in de oude mineraalwater fabriek van Carlsberg; `Heineken’ van Denemarken. Over de kleine kinderkopjes racen we -heuvelaf- onder de poort met familieportretten van de brouwer door en vergeten te kijken naar de beroemde olifantenpilaren, die het hoofdkantoor stutten. Het theater is zonder opsmuk, de voorstelling is in een zwarte zaal die nog het meest lijkt op het vlakke vloertheater van het LAK. De muziek komt uit speakers, de voorstelling wordt modern gedanst (Carl Orff zou daar zeer tevreden mee zijn geweest) en is geestig en soms ontroerend. In het zevenkoppige gezelschap danst Maxim-Jo Beck, een Deense met Caraïbische wortels, de sterren van de hemel. Wat een expressie! Een biertje, niet van Carlsberg maar van een kleine lokale brouwer, na afloop en weer naar huis.

In het weekend komen we in het Skuespilhuset aan de praat met een medewerker van het Kongelige Teater. Hij geeft ons een introductie over de Deense mentaliteit: Denen zijn boeren en hoewel ze nu niet meer boeren, denken ze nog steeds als boeren. Nieuwe dingen, eerst zien dan geloven. Zo ligt het nieuwe theaterhuis, onderdeel van Det Kongelige Teater, aan de haven en heeft geen parkeergarage. Dat probleem was voorzien en zou opgelost worden door de bouw van een parkeergarage onder een oude havenpier, de plek waar vroeger de cruiseschepen afmeerden. In de afspraken over de bouw van het theater, gefinancierd door privaat geld (Maersk), zou de stad Kopenhagen de parkeervoorziening bouwen. Maar uiteindelijk bleek de politiek daar toch geen consensus over te kunnen bereiken en stond er vijf jaar lang middenin de stad een theater zonder parkeerplekken. Onhandig. Gelukkig bleek er een private geldschieter en komt de garage er toch. Niemand wil het, maar als het er is zijn we (Denen) blij.

tropische kas

tropische kas

Op de terugweg lopen we door de botanische tuin, met Cristal Palace-achtige kassen -lekker warm- en vinden buiten de eerste bloeiers.

de eerste Deense

de eerste Deense

IMG_2507_new

digitale buikpijn

O, wat was ik onnozel. Ik dacht dat als ik jullie een mail stuurde er ergens een knopje te vinden zou zijn waarmee je kan inschakelen dat je mijn berichten wilt volgen. Het blijkt niet waar. Na enige uren rondgedoold te hebben op de laptop, heb ik het voor nu even opgegeven. Maar het wordt vervolgd. Ook rommelde ik iets aan de volgorde van deze site, waar ik uiteindelijk niet blij mee ben, maar voorlopig maar mee moet leven. Een andere digitale buikpijn van je settelen in een ander land is het registratiecircus. Nadat we eerst verklaard EU-burger werden voordat we tot inwoner van Kopenhagen werden bestempeld, hebben we nu ook de beschikking over een DigiD. Om deze NemID te krijgen moesten we bewijzen dat wij het waren die bij de paspoorten hoorden. Daarvoor moesten drie vragen worden beantwoord, waarbij het bij de eerste al mis ging. Ik antwoordde dat ik op de 5e in Kopenhagen was gekomen, dat was fout! De strenge mevrouw bedoelde op welke datum ik geregistreerd was als EU-burger en dat was drie dagen later. Gelukkig kon ik daarvan het papier opdiepen. De volgende twee vragen kon ik goed beantwoorden. Pfff. En zo knoeien we met wachtwoorden, nieuwe codes, telefoonnummers en pasjes. En is dit bericht eigenlijk meer een poging om te kijken of het op de juiste plek op de site komt dan iets anders.

NB die goede plek zou moeten zijn onder het kopje BLOG, maar ik zie nu al dat dat niet gaat lukken. Het is te vinden in het rijtje ‘recente berichten’.

 

verkennen en kwartier maken

Eind vorig jaar -dat klinkt heel lang geleden, maar is het niet- zegden wij gedag aan velen. Gedag zeggen klinkt beter dan afscheid nemen. En dat moet het ook zijn. Wij zijn de wereld niet uit, maar terecht gekomen op ‘The happiest place on the planet’, als we de Denen mogen geloven. Rudi vertrok samen met Maud op 2 januari ’s ochtends vroeg om kwartier te maken in Kopenhagen. Ik had zeven weken eerder uit 13 snel bekeken huizen de keuze gemaakt voor een jaren ’30 appartement in Østerbro. Bijna 130 vierkante meter, een lange gang met aan de ene kant de zit- en de eetkamer en aan de andere kant twee slaapkamers, een badkamer en een keuken. Het geheel bevindt zich op de 1e verdieping en is bereikbaar via twee verschillende trappen. Het is een flat met een achterdeur! Terwijl de verhuizers in Leiden de vrachtauto laadden, belden de kwartiermakers enthousiast op. Ze hadden de sleutel, het appartement was geheel geschilderd, er kwamen nog nieuwe deurkrukken en het stucwerk op de plafonds was prachtig en het internet werkte al.

Op 5 januari bracht Floor me in alle vroegte naar Schiphol, en om negen uur voegde ik me bij Rudi die galant m’n koffer voorttrok van Norreport station naar International House. We verzeilden in het registratiecircus, waarbij Rudi als Kopenhagenaar aangemerkt werd en ik de opdracht kreeg me de volgende dag elders in de stad te melden. Op naar ‘huis’ waar Maud met koffie wachtte en instructie gaf over de wifi en aanverwante digitale zaken. De dagen daarop pendelden we enige keren met broer Rob (het zou een van de gebroeders Bever geweest kunnen zijn, hij had van alles bij zich) heen en weer tussen ons nieuwe huis en de plaatselijke Ikea, openden een Deense bankrekening, haalden nieuwe telefoons. Rudi verdween af en toe naar de universiteit en richtte daar zijn werkkamer in, uitzicht op een van de stadsmeren! Op donderdagochtend stonden de kasten en belde de verhuizer aan om de vrachtauto te legen. Zo konden we donderdagavond aan tafel eten, met echt bestek, port drinken op de bank, muziek luisteren en slapen in ons eigen bed.

IMG_2408IMG_2415

Zaterdagochtend vertrok Rob. De wind stak op en Kopenhagen verdween voor een aantal dagen in een natte wolk. We ontvingen onze eerste gasten; Corry en Gert van de roei, die in Kopenhagen waren om zoon, schoondochter en kleinkind te accommoderen. Zondag schoven we aan voor een Deense lunch met viseitjes, zalmsouflee, lamskotelet en chocoladetaart bij de decaan in Klampenborg en nu is het Deense leven gestart. Rudi gaat naar in het donker naar zijn kantoor met boterhammetjes en Nespresso-cupjes en komt in het vroege donker weer thuis. Dat is het moment dat we voelen wat we de afgelopen weken deden; gedag zeggen, inpakken, opbouwen en uitpakken. Het was niet niks. 😉

IMG_2439IMG_2188 kopie_new

-wordt vervolgd-

doornroosje ontwaakt

IMG_0390Na bijna een jaar wordt deze blog gewekt door een roeiende prins. Die Leythe, de roeivereniging waar ik vorig jaar april voor het eerst in een boot stapte, bestaat 13 februari 100 jaar. Voor die gelegenheid is de sociëteit omgetoverd in een echte galerie en morgen is de opening van de tentoonstelling: negen roeiers & hun kunst. Natuurlijk speelt dit al een tijdje. In december heb ik, met het oog op een te drukken boekje voor de jubilerende vereniging, contact opgenomen  met De Bezige Bij om toestemming te vragen voor het drukken van een klein ‘baaierd’ boekje met twee roei-gedichten van Hans Faverey. Dat gaat de komende tijd gedrukt worden. Op de tentoonstelling laat ik drukwerk zien en tegelijkertijd ben ik in de botenloods bezig om alvast aandacht te vragen voor het werk van Hans Faverey. Op de balken van de loods, die vanaf de kleedkamers zo mooi zichtbaar zijn, ben ik begonnen met het schilderen van de eerste regels van het gedicht ‘Van lieverlede, zo’. En het wordt prachtig!IMG_0420IMG_0428

 

 

 

En wat nou ook zo leuk is van die roeiers & hun kunst, is dat er weer allerlei nieuwe contacten ontstaan en mensen hier komen drukken. Zo maakte Stephine een prachtig strak visitekaartje uit de Arsis in twee drukgangen, Alet drukte een stapel kaartjes op papier waar ze al eerder op gewerkt had en stond José een visitekaartje te drukken uit een stoere Helvetica en de Folio. Hieronder staat ze (mijn) ansichtkaarten met een gestuurde twee te degelen.

IMG_0438IMG_0442IMG_0444

3 april; de jonge drukkers

Een paar weken geleden meldden zich ’s ochtend om half tien twee jonge drukkers Okke en Rimmert in de drukkerij. Ze waren de dag begonnen met het bakken van een appeltaart voor mij en kwamen een dagje drukken. Plannen voor het drukwerk waren er ook al en zo konden ze gelijk goed van start. Okke wilde optimaal gebruik maken van het grote drukformaat van de pers en zette uit grote houten letters een poster met PECUNIA NON OLET . Rimmert had Harry Potter geraadpleegd en een toverspreukenboekje samengesteld. Dat laatste was veel meer zetwerk en leverde ook denkwerk op, want het moest immers een boekje worden. Het was een leuke dag met hard werken, goed je handen wassen voor je van de heerlijke appeltaart mocht eten, letters uitzoeken en zetten, even bijkomen met een boterhammetje met kaas, slingeren aan de pers en apetrots zijn op het resultaat en natuurlijk ook distribueren: het gebruikte zetsel weer terug in de letterkast.

4 december

IMG_8321 kopie_newIMG_7042 kopie_newHet bijhouden van een blog vergt discipline die niet altijd aanwezig is. Ik liet op 2 november voor het laatst iets van me horen. Ruim een maand verder… Op 17 november overleed mijn buurman David Bonnet, de man van de haiku’s en de schilder. Ik zal zijn eigen wijze kijk op het leven missen. En het geluid van een driftig roerend lepeltje in de mok met koffie als hij zomers bij zijn open raam wel drie minuten lang zat te roeren. Of zijn stem in de tuin als hij een van de katten wegjoeg: ‘ga weg jij lelijk ding, je jaagt alle vogeltjes de tuin uit’. Maar 89 worden is een respectabele leeftijd en dan vertrekken in je slaap, wat wil je nog meer. Na een mooie kerkdienst is hij op een onstuimige novemberdag begraven onder een boom op het oudste gedeelte van Rijnhof.

IMG_8328 kopie_newIMG_8327 kopie_newOp 30 november vond Mooi Marginaal plaats in Haarlem. Het is de uitverkiezing van de mooiste marginale uitgaven van 2010 en 2011. Mijn twee inzendingen hebben beide een plek gekregen; dichters van het laatste oordeel, gemaakt voor de Lakenhal en de twee raven gemaakt met Saskia Masselink en Thijs Weststrate.

Nu in december er nog even tegenaan. Denken over de nieuwjaars/koppermaandaggroet. Op 15 en 16 december de haiku-prenten exposeren in Galerie Diana Lepelaar op de Haagweg  in Leiden en samen met Onno Blom een boekje maken voor Jochem Meyjer, die de 21e weer op gaat treden.

2 november

Oef, het is alweer de avond voor de BOEKKUNSTBEURS in de Pieterskerk in Leiden. Van de week werd ik geveld door de griep en dat betekent nu nog snel de laatste spullen bij elkaar zoeken voor morgen. De kaarten van de slinger heb ik in drie mapjes gestopt en zijn op de beurs te koop.

De Adana van Kees gaat ook mee naar de beurs. Met de jongens van Mostert gaan we handzetten en bierviltjes drukken. En verder is het leuk om de collega-drukkers en hun werk te zien.

21 oktober

Het is volbracht. De kaartenslinger is gesloten en om vier uur vanmiddag ook mijn tentoonstelling. Herbert van het wevershuisje en Stella en Hans waren er om het te vieren en daarna de handen uit de mouwen te steken.  De Adana, de bok van Kees, de prenten, de hemden en de lappen. . . alles staat weer thuis. Het opruimen volgt deze week. De komende dagen zal ik de hele slinger op de site zetten. Nu eerst slapen.