Auteursarchief: Silvia Zwaaneveldt / De Baaierd

Praten en breien III

Nog een keer strik og snak.

Toen we door omstandigheden uit onze vaste plek moesten met de breiclub, belandden we in ‘het’ breicafé van Østerbro, Woolstock. Het idee om een ‘commercieel’ breicafé te beginnen ontstond uit nood. Louise werd ontslagen als journalist en op hetzelfde ogenblik liep haar relatie stuk; zak en as en hoe nu verder. Uit deze chaos kwam het licht. Een oude droom om een gemoedelijke ontmoetingsplek te runnen met lekkere koffie en verse broodjes combineerde zij met haar liefde voor breien en wol. Ze leende geld van haar moeder, knapte op een straathoek in de buurt een oude bodega op, kocht wol in en bestelde servies en ging van start.

Inmiddels bestaat Woolstock (www.woolstock.dk) anderhalf jaar. Wat tref je er aan? Niet alleen breiers, maar ook mannen en vrouwen die met een laptopje op tafel een uurtje werken tussen de knotten wol. Jonge moeders, kinderwagen met kind buiten voor de deur, die kletsen met vrienden/ vriendinnen. Dames op zoek naar een nieuw brei-idee, of hulp als je aan een iets te ingewikkeld breiwerkje bent begonnen. Louise komt zelf niet meer aan breien toe en heeft een kleine schare van actieve vrijwilligers om zich heen verzameld die hand- en spandiensten en Eerste Brei Hulp verlenen. Het is een fijne plek om een keer in de twee weken een donderdagmiddag te breien. Zo komt die shawl toch nog een keer af.

Praten en breien II

Stikkeklubs zijn vaak verbonden aan buurthuizen, kerken of bibliotheken. Soms kom je gewoon met je eigen breiwerk, voor de kaffe med kage, om hulp of een praatje, of voor de goede zaak. De kerk vlakbij heeft een strikkeklub die doopservetten breit. Lapjes van 21 x 21 cm -handig, want zo groot als de korte kant van een A4-tje- in witte katoen met daarin gebreid een christelijk teken; een kruis, een boot, vissen, een anker. Met een doopdoekje wordt het hoofdje van de dopeling afgedroogd en de ouders krijgen het mee als herinnering. Fijne kleine overzichtelijke geloof-hoop-en-liefdebreiwerkjes zijn het. Het afgelopen jaar was de productie zo hoog en het aantal borelingen zo laag, dat de strikkeklub uit moest zien naar een alternatief breiproject. Er wordt nu gewerkt aan een kleurig tapijt, de doopdoekjes in kleur en aan elkaar gehaakt, voor de zangbijeenkomsten van moeders met baby’s; babypsalmesang. IMG_0914

Een ander fenomeen is de door Facebook aangejaagde breigroep Lommevenner. Een lomme is een broekzak en een ven een vriend. Een broekzakvriendje is een gebreid knuffeltje. Ze worden in ambulances en ziekenhuizen gebruikt om contact te maken met kinderen. Een lommeven mag met je mee, stelt je gerust en blijft altijd bij je. Het concept komt uit Noorwegen en verhuisde met een Noors echtpaar in 2018 naar Denemarken. In recordtempo raakten meer dan 4600 Denen in de ban van het breien van een of meerdere lommevenner. IMG_0911

Zo’n troostknuffel moet aan een behoorlijk aantal eisen voldoen. Maat: max.13×7 cm. Het broekzakvriendje is gebreid of gehaakt van op 40 graden wasbaar materiaal, moet gevuld zijn met schoon fiberfill en er mogen géén belletjes of rammeltjes in, alles moet vastgenaaid zitten, géén knopen of losse onderdelen. Het is een klein overzichtelijk breiklusje en mooie manier om van je restjes garen af te komen. De knuffels worden centraal ingezameld, gewassen en in zakjes gestopt.IMG_0910

Het ambulancepersoneel is enthousiast en steekt de breiers*/breisters regelmatig een digitaal hart onder de riem. “Jouw lommeven maakt het verschil tussen een goede en een nare tocht voor een kind in de ziekenauto”. En op Facebook verschijnen bedankfoto’s met trotse bezitters van zo’n klein vriendje.IMG_0912

*Ja, ook mannen! Op de Deense school leert iedereen breien. Het Scandinavische breiduo Arne (Noorwegen) en Carlos (Zweden) zijn rolmodellen.

Praten en breien I

Snak og strik, de Denen kennen dat ook. Een van m’n ontmoetingen met breiende Denen is al van jaren geleden. We woonden hier drie maanden en ik zat op Deense les. Daar hing een poster voor ‘International strik’, een breiclubje op de vrijdagmiddag waar buitenlanders welkom waren om (Deens) te praten en te breien. Het bleek een groep vrouwen te zijn die regelmatig bij het aan de kerk gekoppelde inloophuis kwamen breien, kletsen en niet te vergeten aan de koffie mét koek zaten. Ik fietste er na de vrijdagles naar toe, at daar m’n boterhammetjes, babbelde mee en liet zien hoe er in Nederland gebreid wordt met een breipen onder je arm. Het werd een vertrouwd clubje. Zo vertrouwd dat een van de dames (ja, vooral oudere dames) op een keer een plastic zakje met iets wat op kadetjes leek uit haar tas haalde. Het waren geen witte bolletjes, maar lichtroze gebreide borstprotheses. Ze had borstkanker gehad en had na de operatie een nare plastic prothese aangemeten gekregen, maar nu had ze twee zachte comfortabele prachtig handgebreide ‘kadetjes’ met de post gekregen. Ze was er o zo blij mee en liet ze vol trots zien. Gebreid door een breiclub die niets anders deed dan op maat gemaakte zachte bolletjes produceren.

IMG_4786

Nee, het zijn geen krokussen

Op weg naar de bibliotheek kijk ik verbaasd op als ik in het park een veld krokussen ontwaar. Kan niet. Het is oktober. Het zijn ook geen krokussen, het zijn herfsttijlozen. Het bolletje dat in het voorjaar groen uitspruit, schielijk verdwijnt en dan in oktober verrast met alleen maar een bloem. Zo paars.

IMG_3924IMG_3925

Ik denk aan Tom van Deel, die in augustus overleed. In de ‘artikelen’ van het Literatuurmuseum las ik een ode aan hem van Daan Cartens, De bloei van Tom van Deel was tomeloos.

Herfsttijloos II

Bij de geboorte uit haar bladderende bol

rijst gestaag en steil de steel wit eerst

en later bij de bloem neigend naar paars

van Allerzielen. Hun bollen worden uit-

geput en lijken gaandeweg nog ouder

dan ze waren maar de bloei is tomeloos

alsof een nest vol vogels de snavels luid

en levenswijd onstuitbaar houdt gesperd.

 

Uit zijn laatste bundel Herfsttijloos, 2016

IMG_3935

 

De meeste Denen deugden

We waren naar het toneelstuk Flygt. Het gaat over twee Joodse Denen die eind september 1943 in een roeibootje over de Øresund naar Zweden gezet worden om aan een op handen zijnde razzia van de nazi’s te ontkomen. Het zijn Arne Jacobsen, architect en ontwerper, en Poul Henningsen, ontwerper, architect, journalist, schrijver en fervent vliegeraar.

IMG_3908

Het is een overhaaste vlucht. Alle twijfels komen boven in de donkere nacht op het water. Wat lieten we achter? Wat namen we mee? Het allernoodzakelijkste? Je ideeën? De twee mannen zijn vertwijfeld, in paniek, maken ruzie, houden elkaar vast, komen aan de Zweedse overkant en keren pas terug als de Duitsers in ’45 verslagen zijn.

Ik lees het nieuwe boek van Rutger Bregman De meeste mensen deugen. Op blz. 219- 223 staat het verhaal over hoe de Denen hun Joodse landgenoten hielpen.

De meeste Denen deugden.

Eekhoorn en Vos

Het is mooi weer. De zon schijnt. met een pot thee en een bak muesli schuiven we de serre in om te ontbijten. Buiten is het gras groen, de dooie perenboom staat solitair in de zon, de Japanse anemonen bloeien uitbundig en de cosmea’s wiegen in de wind. Dan staat Vos op het gras. Hij kijkt rond en verdwijnt tussen de rododendrons. We prijzen ons gelukkig dat we hem/haar weer een keer gezien hebben en nog wel ’s morgens vroeg.

Plotseling gebeurt er iets. Uit de rodo’s schiet een eekhoorn, op de voet gevolgd door Vos. Eekhoorn sprint de dooie peer in. Vos is te laat. Op een uiterste tak zit Eekhoorn te schudden van de zenuwen. Vos snuift diep, loopt rondjes om de boom en gaat er uiteindelijk bij zitten. Na een paar minuten geeft hij het op, loopt terug naar de struiken. Eekhoorn zit nog steeds hoog. Gevangen in de peer. Na tien minuten vinden we het welletjes. Vos is niet te zien. We lopen de tuin in en dan laat Eekhoorn zich als een rijpe appel uit de boom vallen. Hij ploft in het gras en zoekt z’n toevlucht in een ceder. Daar zit hij nog een tijdje. Dan hupt hij via de hazelnoten uit het zicht.

IMG_3751

Sneeuwklokjes in de zomer

In juni kwamen de Sneeuwklokjes uit bij ZonderDak/De Baaierd. Thijs Weststrate is de man zonder drukkersdak, die onderdak zoekt voor zijn uitgaven en dat deze keer vond bij mij in Jægersborg. Thijs leverde de tekst en ik bedacht de vorm, sneed de lino’s, zette en drukte dat alles. Een klein boekje met één gedicht. Gedrukt ter gelegenheid van de 80ste verjaardag van de Ierse dichter Michael Longley.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Thijs vertaalde het gedicht nadat hij het gehoord had tijdens een wandelvakantie in Engeland. Over het gedicht schrijft hij het volgende:

Toen ik dit gedicht in 2014 onder ogen kreeg, op de flyer van het Winchester Poetry Festival waar ik puur toevallig beland was, had het iets raadselachtigs. Balmacara, Kyle, Cameronians, Gordon Highlanders, dat verwijst allemaal naar Schotland, en dat was ik van Longley niet gewend. De bundel Angel Hill (Jonathan Cape, 2017) maakte het vervolgens duidelijk. Longley’s gedichten horen altijd thuis in zijn eigen wereld, ze gaan over persoonlijke ideeën en gevoelens, ze gaan over mensen die hij persoonlijk kent of gekend heeft, ook al zijn die verzen tegelijk ook voor ons van belang. Zo ook hier: de bundel Angel Hill is opgedragen aan zijn dochter Sarah die sinds een aantal jaren vlakbij die ‘Angel Hill’ woont en als beeldend kunstenaar de heuvel, het kerkhofje en de sneeuwklokjes heeft getekend en geschilderd. (www.sarah.longley.co.uk)

Angel Hill is een prehistorische terp bovenop een heuvel, met boven op de terp een klein kerkhof. De terp ligt dicht bij de weg van het Schotse vasteland naar het eiland Skye, vlakbij de dorpen Balmacara en Kyle of Lochalsh die ook in het gedicht genoemd worden, en het pad er naar toe is ook werkelijk echt steil. De soldaten-met-verlof die Longley zich hier voorstelt, zijn Schotse infanteristen van de Cameronians (Scottish Rifles) en de Gordon Highlanders, corpsen die in de Eerste Wereldoorlog vochten aan het westelijke front. Misschien is die kennis niet nodig om de tekst te begrijpen, maar voor mij geeft die informatie in elk geval meer kleur en diepte.

En tenslotte voor diegenen die de kerkelijke kalender niet tot in detail kennen, zoals ik zelf dus: Lichtmis ofwel Maria Lichtmis valt op 2 februari; ‘snowdrops’ heten ook wel ‘Candlemass bells’, en het Nederlands kent ook het woord ‘lichtmisklokje’.